On fire!

Brandbestrijding- en brandpreventie is lang geen eenvoudig vak. Ieder materiaal heeft zijn eigen brandbaarheid, elk gebouw is anders, elke brandweerregio heeft zijn eigen werkwijzen en voertuigen. Het gebeurt daardoor maar wat vaak dat brandweermensen tegen problemen aanlopen. Gelukkig worden vooral ook veel oplossingen gevonden. Daarover schreven we bij BureauTekst het jaarlijkse innovatieboek.

 

Het boek

Het jaarlijkse innovatieboek van de brandweer is een bundeling van 21 innovaties die brandweermensen door heel Nederland hebben aangemeld voor de Jan van der Heydenprijs. Die prijs wordt uitgereikt om innovatieve ideeën – en de uitwisseling daarvan – te stimuleren. De winnaar ontvangt een geldbedrag om het plan landelijk uit te rollen. De verhalen zijn gebundeld in een boek. Ter lering en gebruik.

 

De interviews

Toegegeven: in 3 weken een boek schrijven is best uitdagend. Maar de verhalen van de 21 geïnterviewde brandweermensen maakten de hectiek van dit project meer dan goed. Het was steeds weer bijzonder te horen hoe bevlogen deze mannen en vrouwen met hun vak bezig zijn. En dan vooral met de verbetering daarvan – allemaal om Nederland veilig te houden. Hoewel we van ieder interview genoten hebben, is dit ons favoriete verhaal. Lekker praktisch:

 

Navigeren op gevoel

Sirenes, onvoorspelbaar verkeer, meldingen, navigatie, gevaar, gesprekken: tijdens een spoedrit komen veel prikkels op brandweermensen af. Om die mentale belasting zoveel mogelijk terug te dringen, heeft de Veiligheidsregio Groningen een nieuw concept ontwikkeld: tactiele navigatie. Daarmee krijgt de bestuurder van een brandweervoertuig navigatiesignalen vanuit de stoel in de vorm van trillingen. Zo kunnen de ogen gericht blijven op de weg en de oren gespitst op belangrijke informatie.

 ‘Spoedritten kunnen niet veilig genoeg zijn’

Aanleiding

Tijdens een spoedrit worden zintuigen van brandweermensen maximaal belast. Vooral de ogen en oren krijgen in een paar minuten bergen informatie te verwerken. Eigenlijk is het zintuig ‘gevoel’ of ‘tast’ het enige dat niet wordt gebruikt. Dat bracht collega’s van de Veiligheidsregio Groningen op het idee om met een betere verdeling te komen: de tactiele navigatie. Doel: rustigere ritten, een lager stressniveau bij collega’s en veiliger handelen.

Uitwerking

De trillingen in de autostoel zijn gekoppeld aan het navigatiesysteem en ondersteunen de visuele navigatie. Ruim voor een kruispunt krijgt de bestuurder van een brandweerauto trillingen door via het linker- of rechterbeen om de weg te wijzen. Die worden intenser naarmate de afslag nadert en nemen na de bocht weer af. De tactiele navigatie bevindt zich momenteel nog in een testfase, maar de eerste bevindingen en reacties zijn zeer positief.

Mogelijkheden

Praktijktesten wijzen uit dat de tactiele navigatie de visuele niet alleen ondersteunt, maar eigenlijk zelfs overbodig maakt. De ogen en oren krijgen minder boodschappen te werken en daardoor kunnen brandweermensen meer ontspannen beginnen aan hun inzet. Ook het TNO heeft onderzoek gedaan. Daaruit blijkt onder andere dat de reactietijd met de tactiele navigatie sneller wordt en de mentale belasting lager.

Richard Lubben: “Spoedritten kunnen niet veilig genoeg zijn. Tactiele navigatie ondersteunt daarbij. Het zorgt dat er minder onnodige informatie op collega’s afkomt, met als gevolg meer rust. Het mooiste is dat het niet eens verschrikkelijk duur is. De navigatiesystemen zijn er al, dus het is een kwestie van ontwikkelen, aanpassen en aansluiten. Als we de Jan van der Heydenprijs winnen, is dat precies wat we willen doen. Zorgen dat dit systeem wordt uitgerold en ingebouwd in de voertuigen. Zodat onze collega’s veiliger kunnen werken. Dit systeem helpt brandweermensen écht.”

 

Prachtig toch? Tijdens het brandweercongres begin oktober kwam dit verhaal ook nog eens als winnaar uit de bus.

Van voorwoord tot slotwoord

Zonder goed voorwoord is een boek natuurlijk niet compleet. Daarom interviewden we brandweerchef Gerard van Klaveren over het belang van innovaties. Quote: “Innovaties hoeven niet altijd wereldveranderend of baanbrekend te zijn. Ook dit jaar zijn sommige inzendingen voor de Jan van der Heydenprijs geniaal in al hun eenvoud.” Hij eindigt zijn betoog met: “Blijf elkaar vooral aanmoedigen om goede ideeën te delen, zodat we samen de brandweer versterken.”

Blij dat we hier als tekstbureau een bijdrage aan konden leveren! Ben je nieuwsgierig naar alle verhalen? 

Download het complete innovatieboek 2017

Op dinsdag 19 september organiseerde het Nationaal Archief samen met een aantal ministeries een Diner Pensant over big data en algoritmes. Niet alleen de overheid was erbij; ook het bedrijfsleven. Denk IBM, Google en nog veel meer. Aan BureauTekst de taak hier een reportage over te schrijven, waarin zowel sfeer als inhoud aan bod komen:

Aan de gang met big data en algoritmen

Bedrijfsleven, wetenschap, onderwijs en overheid: op de eerste verdieping van het Nationaal Archief komen dinsdag 19 september tientallen vertegenwoordigers uit het hele land samen. Onder het genot van een driegangendiner praten zij met elkaar over big data, algoritmen en het gebruik hiervan binnen de overheid. Ingewikkelde kost – maar dat maakt de avond niet minder geanimeerd. “Met dit onderwerp móeten we aan de gang.”

 

Interviews tussen neus en lippen door

De avond is leuk. Nog leuker dan verwacht. Sprekers vanuit het hele land vertellen hun verhaal en komen met boeiende voorbeelden. Deze vonden we zelf het mooist:

Met veel data omgaan vraagt veel verantwoordelijkheid en integriteit. Just Stam van het ministerie van Veiligheid en Justitie maakt dit duidelijk met een aantal levendige voorbeelden. Zo laat hij een afbeelding zien van een zelfrijdende auto die in volle vaart een splitsing nadert. Hardop vraagt hij zich af: “Onverwachts steken twee mensen over. Links een peuter, rechts een bejaarde. Rijdt de auto zichzelf en zijn inzittenden te pletter tegen de boom in het midden, of kiest hij voor links of rechts? Met andere woorden: komen we straks op een punt dat algoritmen ethische keuzes gaan maken op basis van de data waarmee wij ze voeden?”

Die móest natuurlijk in het verhaal. In de loop van de avond noteren we quotes, interviewen we mensen tussen neus en lippen door en maken we notities van zo veel mogelijk gesprekken. Allemaal input voor de schrijfdag die komen gaat.”

Sfeer en inhoud in één reportage

Als je al jaren schrijft, kun je steeds meer op de automatische piloot. Maar dit verslag was ouderwets buffelen. Het onderwerp ligt gevoelig en is bovendien complex. En ook de doelgroep is gemengd. Enerzijds mensen die geen idee hebben wat een algoritme is, anderzijds inhoudelijke experts die er dagelijks beslissingen over nemen. Lastige combinatie. Gekozen voor een mengeling tussen sfeer, inhoud en aanvullende informatie met links, kaders en bijlagen.

“Sjoemelsoftware bestaat niet.” Voordat het dessert wordt geserveerd, vertelt Steven Luitjens van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over de manier waarop hij naar big data en algoritmen kijkt. “Het afgelopen jaar heb ik me regelmatig gestoord aan de kreet ‘sjoemelsoftware’. Software sjoemelt namelijk niet. Absoluut niet. Mensen kunnen zichzelf niet ontslaan van hun verantwoordelijkheid door software de schuld te geven van eigen fouten. Algoritmen kunnen ons leven enorm verrijken. Zelfrijdende auto’s kunnen het aantal verkeersdoden terugdringen, betere verkoop van advertenties kunnen onze keuzes vergemakkelijken en snellere medische diagnostiek kan de kwaliteit van leven vergroten. Maar dan moeten we wél zorgen dat we genoeg kennis hebben over de mogelijkheden en risico’s.”

Afstemming pers en communicatie

De afstemming met het Nationaal Archief over deze reportage verliep soepel. De afdelingen pers en communicatie keken mee en in twee vlotte feedbackrondes stond het artikel klaar voor gebruik. De website iBestuur plaatste hem online. Iedereen blij. Ben je benieuwd naar het eindresultaat?

Lees de hele reportage. 

Jaarboek Schiphol PLuS

Schiphol is een soort mini-maatschappij; mensen komen en gaan. Ze willen reizen, werken, eten en winkelen. Om die maatschappij draaiend, veilig en up-to-date te houden, moet er nogal wat gebeuren in een jaar tijd. Het Projectbureau Luchthaven Schiphol (PLuS) voert heel afwisselende projecten uit. Denk bijvoorbeeld aan de aanleg van een tijdelijke terminal, onderhoud van elektra, een upgrade van de pieren of de bouw van een mortuarium. Is het ene project een innovatieve hoogvlieger, een ander is een technisch hoogstandje. Voor elk wat wils. BureauTekst mocht 29 projecten uitlichten in het Jaarboek Schiphol PLuS.

Boek voor op de koffietafel

Met het jaarboek is een traditie die een paar jaar stil was komen te liggen, weer nieuw leven ingeblazen. Benieuwd naar alle PLuS projecten? Dat snappen wij. Maar het jaarboek inzien, kan helaas niet. Het is een boek voor intern gebruik, een decembercadeau voor de medewerkers. Niet alle in 2017 uitgevoerde projecten komen aan bod, maar ook deze selectie zal menig koffietafel tijdens de feestdagen hebben opgeleukt.

Hoog- en laagvliegers

‘Hier is een lijst met 31 projecten en bijbehorende projectleiders. Over 3 weken moeten de teksten naar de drukker’. Dit was, vrij accuraat geschetst, de start van project ‘Jaarboek schrijven’. De grootste uitdaging zat vervolgens in het bereiken van alle projectleiders. Maar het fascinerende kijkje achter de Schiphol-schermen maakte de tijdsdruk meer dan goed. In rap tempo werden we bekend met wat Schipholjargon: Zo wordt er gesproken over ‘Landside’ en ‘Airside’, waar we in eerste instantie ‘Airsight’ schreven.

Het project uit dit jaarboek dat qua fascinatiegehalte vooroploopt, was het verhaal over het nieuwe mortuarium:

Herhuisvesting mortuarium

Een mortuarium op Schiphol? Jazeker. Het is wellicht niet een van de eerste gebouwen waaraan je denkt bij de luchthaven, maar het is er een met een groot menselijk belang. Aangezien het vorige mortuarium verdwijnt in het kader van het Capital Programme, moest er een nieuw pand komen.

De ruimte daarvoor werd na een lange zoektocht – niet iedereen wil een mortuarium naast de deur – gevonden naast het CitizenM hotel. Het gaat om een tijdelijk en demonteerbaar gebouw. Maar wel iets goeds, geen units die de functie van het pand teniet doen. Het werd een Cradle to Cradle (C2C) pand. De gebruikte materialen kan Schiphol later opnieuw gebruiken. Deze aanpak past in de zer0waste-ambitie per 2030.

Status

 Op 18 november werd het mortuarium in gebruik genomen. De ruimtes zijn niet wezenlijk anders dan bij een regulier mortuarium, al is hier ruimte voor rituele bewassing. Een belangrijk aspect, want de meeste overledenen in het mortuarium zijn moslims die terugvliegen naar hun land van herkomst om daar begraven te worden.

Een ander nieuw aspect is de transitruimte. Tot nu toe kwamen overledenen nog regelmatig in de hoek van een vrachtloods terecht, omdat niet iedereen de diensten van het mortuarium afneemt. Een gevoelig punt omdat het weinig respect uitstraalt naar de overledene, naar de familie die moet komen kijken en naar de mensen die aan het werk zijn in de loods. Nu kunnen deze overledenen terecht in de transitruimte van het mortuarium.

Toekomst

Met het nieuwe mortuarium wordt een mooie bijdrage geleverd aan de zer0waste-ambitie. Zoveel mogelijk materialen zijn C2C-gecertificeerd, dus zonder giftige of kankerverwekkende stoffen en herbruikbaar. De lucht wordt van fijnstof gezuiverd door toepassing van ENS-technologie en speciaal tapijt. De verf neemt CO2 op en het energiezuinige pand wordt voorzien van elektriciteit door PV-panelen.

Zo’n nieuwe aanpak was hier en daar nog experimenteel. Maar door goed na te denken over het energieverbruik, gezonde bouwmaterialen en natuurlijke aspecten, werd duidelijk dat voor iedereen respect op de eerste plaats stond. Respect voor de functie van het pand en voor het pand zelf.

Martijn Horsman: “Dit is het pareltje onder de projecten, heel bijzonder om aan te werken. Het Cradle to Cradle aspect heeft me geraakt en ik heb dit met veel overtuiging neergezet. Ook de functie van het pand is bijzonder. Dit was werken vanuit allerlei soorten respect. Respect voor andere overtuigingen, voor overleden mensen, voor nabestaanden, voor werknemers in het mortuarium, voor de gebruikte materialen en voor de natuur. Een gebouw zoals een mortuarium moet bij iedereen passen. Wij wilden een vrije plek neerzetten.”

Wat een fascinerend project; Een plek die draait om eeuwige rust en respect te midden van grote hectiek.

Een kiek en een kaft

Na het spreken van alle projectleiders, hadden we geen opfriscursus Excel meer nodig. Het bijhouden van lijsten en schema’s was essentieel. Wie hebben we gesproken? Is het verhaal al geschreven, is er feedback? En zonder kaft en kiek geen kek boek natuurlijk. Dus kwam er ook een Excel lijst voor het beeldmateriaal.

Om van het eindresultaat een mooi geheel te maken, schreven we een voorwoord aan de hand van een gesprek met Siebolt Bennema, directeur PLuS. Volgens hem laten de projecten in het jaarboek goed zien waaraan gewerkt wordt en wat de realisatiekracht van PLuS is. Bennema: ‘Een wijde diversiteit aan bouwkundig, civiel en installatietechnisch werk. En steeds weer oplossingen voor ingewikkelde puzzels.’

Het was mooi om een deel van deze de Schipholpuzzels te mogen beschrijven in het jaarboek!

BEL MAIL